verlatende

All Adverb Noun
9 examples (0.01 sec)
  • De pastorie verlatende, sloeg de professor dadelijk een weg in, die door eene opening in den basaltmuur zich van de zee verwijderde. Cited from Naar het middelpunt der Aarde, by Jules Gabriel Verne
  • Hydra verlatende, wendden wij ons westwaarts, om de golf van Egina in te stevenen. Cited from De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877, by Various
  • Zij vlogen hem over 't hoofd, elkaar naderende en weer verlatende, om elkaar heen dwarrelende in wispelturig spel. Cited from De kleine Johannes, by Frederik van Eeden
  • Platea verlatende, rijden wij over eene groote, onbebouwde vlakte, door de hitte gespleten, zonder een enkelen boom, dor en akelig. Cited from De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877, by Various
  • Ten half twaalf kwamen wij aan den voet van den voornaamsten top: daar, de steile rotskam verlatende, moesten wij om eenige uitspringende rotsen heengaan, ten einde de oostelijke helling te bereiken. Cited from De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877, by Various
  • Ik ging dus weder scheep, my volstrektelyk verlatende op de behendigheid der slaven, die my, een oogenblik voor dat wy in 't gezicht van 't hoofd-kwartier waren, aan land zetteden. Cited from Reize naar Surinamen, by John Gabriel Stedman
  • Zijne zuster verlatende, liep hij naar eene gracht en besproeide met het water, dat hij medebracht, het aangezicht en de borst van Geeraart, die dan ook allengskens tot zich zelven kwam. Cited from Avondstonden, by Hendrik Conscience
  • Men verhaalt mij van kleurlingen, die, de steden met al haar ongerechtigheden verlatende, zich op het land gevestigd hebben, die na harden arbeid kapitaal zijn begonnen op te leggen en voor hunne spaarpenningen boerderijen hebben gekocht. Cited from De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877, by Various
  • Nog eenigen tijd verdedigden zich de Kerels met ontplooibaren moed, slechts de eene kamer na de andere verlatende, totdat de kastelein Hacket wel bemerkte dat het volstrekt onmogelijk was geworden het klooster en de proostdij te behouden. Cited from De Kerels van Vlaanderen, by Hendrik Conscience