bruisende

All Adjective Noun
4 examples (0.01 sec)
  • Ook nam van tijd tot tijd de helling toe; de stroomnimf tuimelde bruisende voort en wij daalden dieper met haar. Cited from Naar het middelpunt der Aarde, by Jules Gabriel Verne
  • Ook daar was het weldra een onafgebroken stoet van ratelende rijtuigen en bruisende automobielen, waaruit in bonte, vroolijke menigte, mooigekleede dames en heeren stegen. Cited from Het leven van Rozeke van Dalen, deel 1, by Cyriel Buysse
  • Omstreeks twee uur in den namiddag begint de helling minder steil te worden, en betreden wij de bijna uitgedroogde bedding van een bergstroom, die na den regen eene opeenvolging van bruisende watervallen moet vormen. Cited from Een reis naar de Philippijnen, by Joseph Montano
  • En Uilenspiegel en Nele zagen anders niets meer dan den pikzwarten hemel, de holle, bruisende zee, de donkere wolken, die voortgejaagd werden boven het lichtende water en, dichter bij, bleekroode sterren. Cited from De legende van Uilenspiegel, by Charles de Coster